Elk ei dat in de winkel te koop ligt, draagt een stempel met een code. Deze code bevat belangrijke informatie over de herkomst en het houderijsysteem van het ei. Voor consumenten biedt de code transparantie, voor de sector is het een verplichting die voortvloeit uit Europese en nationale regelgeving. De NCAE hield als controle-instantie toezicht op de correcte toepassing van deze etiketteringsvoorschriften.
De stempelcode op een ei bestaat uit een cijfer dat het houderijsysteem aangeeft, gevolgd door een landcode en een uniek bedrijfsnummer. Zo kan elk ei worden herleid tot het specifieke bedrijf waar het is gelegd. Dit traceerbaarheidssysteem is essentieel voor zowel de voedselveiligheid als de handhaving van de handelsnormen.
De betekenis van het eerste cijfer
Het eerste cijfer van de stempelcode vertelt de consument hoe de kip is gehouden. Het cijfer 0 staat voor biologisch gehouden kippen, 1 voor vrije uitloop, 2 voor scharrelkippen en 3 voor kooihuisvesting. In Nederland worden de meeste eieren geproduceerd in scharrel- en vrije-uitloopsystemen, waarbij het aandeel kooi-eieren de afgelopen decennia sterk is afgenomen.
De classificatie van het houderijsysteem is niet willekeurig: er gelden strikte eisen waaraan de huisvesting moet voldoen om een bepaalde aanduiding te mogen voeren. De Wet dieren en de bijbehorende regelgeving stellen minimumnormen vast voor onder meer de beschikbare ruimte per kip, de toegang tot buitenruimte en de inrichting van het stalsysteem.
Landcode en bedrijfsnummer
Na het cijfer voor het houderijsysteem volgt de landcode. Voor Nederland is dit "NL". Vervolgens komt het unieke bedrijfsnummer, dat bestaat uit vijf cijfers. De eerste twee cijfers verwijzen naar het gebied waar het bedrijf is gevestigd, de laatste drie cijfers identificeren het specifieke bedrijf. Op de website van wetten.overheid.nl is de regelgeving over de toewijzing van deze nummers terug te vinden.
Het systeem van stempeling en traceerbaarheid maakt het mogelijk om bij eventuele voedselveiligheidsincidenten snel te achterhalen welke partijen eieren zijn getroffen en deze gericht uit de handel te nemen. Tijdens de fipronilcrisis in 2017 bleek dit systeem van grote waarde voor het traceren van besmette eieren.
Verpakkingsinformatie
Naast de stempel op het ei zelf gelden er ook eisen aan de informatie op de verpakking. De verpakking moet onder meer de gewichtsklasse vermelden (S, M, L of XL), de uiterste houdbaarheidsdatum, het houderijsysteem en het pakstationnummer. Het pakstation waar de eieren zijn gesorteerd en verpakt, is eveneens traceerbaar via een uniek erkenningsnummer. Pakstations die investeren in energiezuinige bedrijfsgebouwen dragen bij aan een toekomstbestendige sector.
De Warenwet en de Europese verordeningen inzake voedselinformatie aan consumenten schrijven voor welke informatie verplicht op de verpakking moet staan. Het COKZ controleerde of pakstations en handelaren aan deze verplichtingen voldeden en trad handhavend op bij overtredingen.
Toezicht door de NCAE
De controleurs van de NCAE voerden regelmatig inspecties uit bij pakstations om de correcte etikettering te controleren. Hierbij werd niet alleen gekeken naar de stempel op het ei, maar ook naar de administratie van het bedrijf, de traceerbaarheid van partijen en de juistheid van de informatie op verpakkingen.
Bij geconstateerde overtredingen kon het COKZ via het tuchtrechtelijk systeem maatregelen opleggen. Dit varieerde van een waarschuwing tot een boete, afhankelijk van de ernst en de frequentie van de overtreding. Het doel was altijd om de integriteit van het etiketteringssysteem te waarborgen en daarmee het vertrouwen van consumenten in de herkomst en kwaliteit van eieren te beschermen.